Mijn moeder vertelde mij vaak het volgende verhaal:
Midden 30ger jaren, zij was toen ongeveer 10 jaar oud,
werd zij door haar moeder naar de Albert Cuijpmarkt gestuurd om een kilo kersen te kopen bij een koopman waar zij wel vaker kocht en die altijd goede waar had voor een lage prijs.
Na de koop op weg naar huis proefde mijn moeder een kers, die heerlijk smaakte, en nog een, en dat ging zo nog even door. Thuisgekomen zei oma onmiddellijk: 'dat kan nooit een kilo zijn', en woog het na. Het was de crisistijd, veel mensen hadden toen een weegschaaltje in huis om de boodschappen na te wegen. En inderdaad er ontbrak zeker een half pond.
'Heb jij er van gegeten?', vroeg oma, maar moeder durfde dat niet toe te geven en samen gingen zij weer terug naar de markt. De koopman ontkende iets verkeerd te hebben gedaan en opperde heel voorzichtig dat mijn moeder misschien wel van de kersen had gegeten. Hierop onstak oma in grote woede en smeet de koopman de overgebleven kersen in het gezicht.
De kersen bleven hangen rond zijn oren, in zijn haar, en op zijn schouders. Er onstond een oploop en een politieman kwam erbij, die de zaak suste.
Mijn moeder vertelde dit verhaal altijd wat bedrukt. Zij had dit alles zo graag op latere leeftijd willen goedmaken, zowel bij haar moeder als bij de koopman. Maar dat is nooit gebeurd. Oma is in de oorlog ernstig ziek geworden en kort na de bevrijding gestorven. En de kersenkoopman is, zoals de meeste joodse kooplieden van de Albert Cuijpmarkt, na de oorlog niet teruggekomen.
Geplaatst door: maaramst
Geplaatst op: 24 juni 2010