Het nieuwe jaar bracht nog veel meer rampspoed: de voedselsituatie werd dramatisch.
En de mensen uit het westen gingen massaal op de fiets naar het Noorden om voedsel te bemachtigen. In eerdere jaren was er ook al sprake van ernstige voedseltekorten. En bewoners uit de grote steden gingen toen per fiets naar het omliggende platteland om allerlei zaken te ruilen tegen voedsel. Maar veel leverde dat niet op.
Wél waren er diverse kerkelijke organisaties die ervoor
zorgden dat kinderen in Noord-Nederland bij boeren konden worden ondergebracht. De oudere kinderen moesten daarvoor werken, en voor de jongeren werd betaald. Zo kregen de grote gezinnen uit de westelijke steden de beschikking over wat meer voedselbonnen om de nijpende voedseltekorten te compenseren.
Voor de boeren die de kinderen opvingen was dit een aantrekkelijker alternatief dan het huisvesten van onderduikers. Dat was veel riskanter dan het opnemen van kinderen uit de stad.
Ook in ons gezin vertrokken op 9 januari 1945 drie van de negen kinderen naar de boer in Overijssel. Zij waren in vroegere jaren ook al eens daar uitbesteed. Dus kenden ze elkaar al van eerdere verblijven. Communicatie vooraf was niet mogelijk. Zij gingen op de bonnefooi.
Bovenstaand relaas is afkomstig uit GEZIN IN OORLOGSTIJD: een reconstructie 1940-1945 (2009) van Cläry Benjamins-Schalekamp.
Surf voor meer informatie over de auteur naar de website. Hier kunt u ook het boek bestellen.
Geplaatst door: Cläry Benjamins-Schalekamp
Geplaatst op: 22 december 2009