Algemeen wordt aangenomen dat de Bulgaren nooit in opstand zijn gekomen tegen het Sovjetregime en de communistische autoriteiten. De waarheid is anders.
De Bulgaren hebben wel degelijk een gewapende opstand gevoerd tegen het communistische regime, in hetzelfde tijdsbestek en op dezelfde schaal als de verzetsbewegingen in Polen, de DDR, Roemenië en de Baltische staten.
Bulgarijes gewapende verzetsbeweging, de ’Goryan Beweging’ genoemd, kwam op in de herfst van 1944, als een spontane reactie op de Sovjetbezetting en de daaropvolgende communistische dictatuur, die binnen enkele maanden na de Sovjetinvasie al had geleid tot massamoord op circa 30.000 burgers. Honderden mensen, soms zelfs hele families, vluchtten de bergen in.
De eerste ‘Goryani’ (‘bosmensen’) waren voornamelijk officieren van het Bulgaarse leger, ex-politiefunctionarissen, studenten, scholieren, nationalisten, anarchisten en zelfs oud-communisten. Na 1947 nam het aantal Goryani sterk toe. Zo sloten veel leden van de Bulgaarse Nationale Agrarische Unie zich bij hen aan. Het totale aantal Goryani en hun helpers groeide aan tot circa 10.000; hun strijd duurde tot 1956, toen Sovjettanks een einde maakten aan de Hongaarse Opstand, terwijl het Westen machteloos toekeek.
In 1950 nog had het Amerikaanse Congres ingestemd troepen naar Europa te sturen. ’Wij willen oorlog!’, klonk dan ook in de Bulgaarse dorpen, waar de communisten met geweld de collectivisering van de landbouwgrond hadden doorgevoerd. ‘Waarom pakken jullie ons brood af om het aan de Russen te geven?’ riepen de opstandige vrouwen. ‘Weg met de kolchozen!’, ‘Weg met de communisten!’, ’Wij willen onze grond terug!’, scandeerden de demonstranten. In deze situatie werden voorbereidingen getroffen voor een nationale opstand tegen het communistische regime.
Eind mei 1951 maakte Radio Goryanin melding van de oprichting van een opstandelingenleger in de buurt van Sliven in het Balkangebergte. Recruten uit heel Bulgarije stroomden al toe om zich hierbij aan te melden. De communistische autoriteiten stuurden een leger van 13.000 man naar Sliven en omsingelden de regio, om zo te voorkomen dat de opstandelingen verder zouden trekken. Honderden opstandelingen werden onderschept en gearresteerd, een aantal van hen werd, zonder proces, meteen geëxecuteerd.
Op 1 en 2 juni 1951 leverden 106 Goryani van het Tarpanov-detachement strijd tegen een 6000 man sterk leger van de communisten. Na 48 uur van schermutselingen trokken de opstandelingen zich terug. 40 Goryani waren omgekomen in de strijd. Toch was het detachement enkele weken later al opnieuw klaar voor de strijd.
De strijd met de Goryani maakte de Bulgaarse communisten pijnlijk duidelijk dat zij, ondanks de brute onderdrukking en massamoorden, onmogelijk aan de macht zouden kunnen blijven zonder hulp van het Sovjetleger. Maar in feite was dat geen verrassing; de communisten konden immers niet rekenen op steun van het volk. Op 9 september 1944 telde de communistische partij slechts 25.000 leden, terwijl de agrarische partij liefst 750.000 leden telde.
Zelfs nadat de partij officeel verboden was, haar leider Nikola Petkov geëxecuteerd en tal van partijleden naar concentratiekamp waren gestuurd, bleef zij een grote bedreiging voor het communistische regime. Bang geworden door de vijandigheid jegens de communistische partij, gaf premier Chervenkov een ondubbelzinnig signaal af: in hartje Sofia liet hij een gruwelijk, onheilspellend monument oprichten voor het Rode leger, als een waarschuwing aan de Bulgaren dat verzet zinloos zou zijn, omdat de Bulgaarse communistische partij altijd het Rode Leger te hulp kon roepen.
Tot op de dag van vandaag staat dit in steen uitgehouwen stuk oorlogspropaganda nog overeind in Sofia. Het biedt de hedendaagse communisten een plek waar ze eer kunnen betonen aan het bezettingsleger, met de steun waarvan zij in 1944 aan de macht kwamen en dat het hen mogelijk maakte deze een halve eeuw te behouden.
Geplaatst door: Daniela Gortcheva, hoofdredacteur van Dialoog, tijdschrift voor Bulgaren in Nederland
Geplaatst op: 17 september 2009