Theo Stielstra
Gepubliceerd op 1 maart 2010, 10:15:00, bijgewerkt op 1 maart 2010, 12:12:00
Tijdens de Grote Depressie in de Verenigde Staten, de economische crisis die de jaren dertig beheerste, taande de animo voor autoraces. Toch hield een gegeven waarbij snelle auto’s waren betrokken hele volksstammen in zijn greep: het snelheidsrecord te land. Op 7 maart 1935 kwam de strijd om dat record in een nieuwe fase.
Racen met snelle wagens over een circuit was in de jaren dertig al een tamelijk volwassen sport. De wedstrijden werden georganiseerd door een kleine groep welgestelden en industriëlen, en waren aantrekkelijk voor een veel grotere groep mensen die naar de halsbrekende toeren van de coureurs kwam kijken.
Halsbrekend is geen overdrijving: de gemotoriseerde zeepkisten waren bepaald onveilig te noemen: assen braken af, remmen raakten onklaar en motoren explodeerden met de regelmaat van de klok. En de veiligheidsmaatregelen waren op een racecircuit niet beter dan die op een willekeurige provinciale weg. En dat terwijl de snelheden almaar opliepen.
Zwarte Donderdag
Toen op 24 oktober 1929, Zwarte Donderdag, de aandelenkoersen op Wall Street door de vloer zakten en de economie in een neerwaartse spiraal terechtkwam, keerde de aandacht zich af van de peperdure racerij op de circuits, en richtte die zich op de al langer woedende strijd op de stranden en zoutvlakten van Noord-Amerika. Een strijd om de klassieke vraag: wie is de snelste? Het was een competitie waarin technologie, eer, durf en – uiteraard – ook geld een belangrijke rol speelden.
Liefhebbers van brullende motoren en snelle wagens keken voortaan reikhalzend uit naar de snelste verrichtingen van destijds bekende namen uit de gewone racerij. De Amerikaanse boerenzoon Barney Oldfield, de Italiaanse Amerikaan Ralph DePalma, de rallycoureur Tommy Milton en zelfs grootindustrieel Henry Ford schreven telkens nieuwe snelheidsrecords op hun naam.
Die strijd dateerde al van het prille begin van de automobiel. De reeks recordpogingen begon officieel in 1898, toen de Franse graaf Gaston de Chasseloup-Laubat in zijn nota bene elektrisch aangedreven Jeantaud Duc met ruim 63 kilometer per uur over een bevroren meer bij Parijs scheurde. Zes jaar en talloze records later zette Henry Ford in zijn Ford Arrow – ook op een ijsvlakte, maar dan even boven Detroit – het record scherp op 147 kilometer per uur. En het eind was nog lang niet in zicht.
Motorfiets
Tussen alle (ex-)coureurs die zich mengden in het gevecht om de eer de snelste te zijn op de strekkende mijl, wist één man telkens weer de aandacht op zich gevestigd: Malcolm Campbell. Geboren in Engeland in 1885, als zoon van een puissant rijke diamanthandelaar, ontwikkelde hij zich tot een succesvol coureur.
Aanvankelijk viel hij op door drie maal de ‘London to Lakes End Trial’, een race op de motorfiets, op zijn naam te schrijven.
In 1910 stapte hij over op auto’s. Geen gewone karretjes, maar speciaal gebouwde, gestroomlijnde racemonsters die sterk tot de verbeelding spraken. Zijn beste zet zou tegenwoordig een fraai staaltje merkbeleid worden genoemd: al zijn auto’s, ongeacht fabrikant of motor, waren staalblauw geschilderd en heetten Bluebird – genoemd naar een toneelstuk dat indruk op hem had gemaakt.
Tussen 1924 en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verbeterde hij negen maal het snelheidsrecord – van 235 kilometer per uur tot 484 kilometer per uur. Op 7 maart 1935 sloeg de latere Sir Malcolm Campbell zijn eigen record stuk op Daytona Beach in Florida, door met 445,32 kilometer per uur de afstand van één mijl af te leggen.
Duinen
Het zou een historische mijl blijken: het was de laatste maal dat een strand werd uitverkoren als de plaats om deze records te breken. Ondanks het zware, compacte zand voor de kust bij Florida werden de auto’s er simpelweg te zwaar voor. En ook de toeschouwers, die vanuit de duinen zo naar de zee konden lopen, maakten de baan er niet veiliger op.
Het recordcircus verhuisde grotendeels naar de woestijnstaat Utah. Hier doet men tot op de dag van vandaag, ver van de bewoonde wereld, recordpogingen.
Het wereldrecord (dat in 1997 is gevestigd) staat nu op naam van de Brit A. Green, met 1.227,985 kilometer kilometer per uur.