Marc Peeperkorn
Gepubliceerd op 15 februari 2010, 08:20:00, bijgewerkt op 15 februari 2010, 09:24:00
De Spanjaarden, dacht men vijf jaar geleden, zouden per referendum de Europese Grondwet massaal omarmen. Dat pakte anders uit. Het ja-kamp won, maar veel Spanjaarden bleven thuis.
Het moest een droomstart worden. Europese politici en diplomaten wreven zich al maanden vergenoegd in de handen dat juist in Spanje het eerste referendum over de Europese Grondwet werd gehouden. De Spanjaarden, niemand twijfelde daaraan, zouden de Grondwet massaal en Iberisch enthousiast omarmen. Waarmee de toon was gezet voor álle daaropvolgende referenda in andere lidstaten.
Nu waren er weinig redenen om aan te nemen dat de Spanjaarden iets anders dan ‘ja’ zouden stemmen die 20ste februari 2005. Als er één land geprofiteerd had van de Europese Unie, was het wel Spanje. In de bijna twintig jaar dat het toen lid was van de EU, ontving Madrid netto 100 miljard euro subsidie uit Brussel. Langs wegen, havens, stations en vliegvelden, overal stuitte je op het bekende witte bord met de blauwe vlag en de gele sterren: dit project kwam mede tot stand met subsidie van de Europese Unie.
Minstens zo belangrijk voor de Spanjaarden was dat de toetreding tot de Unie, in 1986, hun democratie verankerde in Europa. Geen overbodige luxe na dertig jaar dictatuur onder Franco – die stierf in 1975 – en een mislukte staatsgreep in 1981.
Pijnlijk
Tegenstanders van de Grondwet waren er nauwelijks. De twee grootste politieke partijen PSOE (socialisten) en PP (conservatieven) zaten beide in het ja-kamp. Opiniepeilers verzekerden dat driekwart van de kiezers vóór zou stemmen. Alleen over de opkomst bestond twijfel. En, een beetje pijnlijk: diezelfde peilingen toonden aan dat maar 10 procent van de Spanjaarden begreep wat de Europese Grondwet inhield.
Risico’s mijdend, gooide de Spaanse socialistische regering er een campagne tegenaan. Billboards, gratis frisdrank voor jongeren (Referendum-Plus, energie om over je toekomst te beslissen!) en vijf miljoen boekjes met paragrafen uit de Grondwet, geld speelde geen rol. De regering kreeg zelfs Johan Cruijff – voetbalheld in Catalonië – zover om op tv met de Europese hymne Ode an die Freude op de achtergrond, de loftrompet over de Grondwet af te steken. Een pr-activiteit die Cruijff een paar maanden later voor de Nederlandse ja-campagne categorisch weigerde te herhalen.
En het werd een ‘ja’. 77 procent van de Spanjaarden schaarde zich achter de Grondwet, 17 procent was tegen, 6 procent stemde blanco. Maar de echte verrassing was de opkomst: 42 procent. De laagste ooit bij een verkiezing of stemming sinds de democratie in 1975 werd ingevoerd.
Teken aan de wand
De Spaanse media besteedden volop aandacht aan de minimale animo, maar vrijwel niemand zag het als een teken aan de wand. In buitenlandse kranten was dat niet anders. Daar was de ondertoon dat de Spanjaarden wel iets meer dankbaarheid voor al die miljardensubsidies hadden kunnen opbrengen.
Een enkeling begreep de lage opkomst wel als voorbode van wat Europa te wachten stond. Zo schreef de Brusselse correspondent van de zakenkrant Cinco Días een commentaar waarin hij waarschuwde dat de naderende referenda in Frankrijk (mei) en Nederland (juni) de doodsklap voor de Grondwet konden worden. Hij zag zijn stuk herschreven in de krant terug. De hoofdredactie in Madrid vond de overwinning van het ja-kamp veelzeggender.
Zenuwachtig
Ook in Brussel maakte men zich zorgen. Niet alleen door de lage opkomst in Spanje. Nee, bij de Europese Commissie werden ze vooral zenuwachtig van de debatten en peilingen in Frankrijk en Nederland.
De animo voor Europa bij deze grondleggers van de EU was duidelijk tanende. Intern werd de meest betrokken commissaris Wallström (Communicatie) voorbereid, maar de uitslag in Frankrijk (55 procent tegen; opkomst 70 procent) en Nederland (62 procent tegen; opkomst 63 procent) kwam hard bij haar aan.
Het referendum in Luxemburg in juli ging nog door (57 procent voor; opkomst 88 procent) maar alle andere geplande volksstemmingen werden afgeblazen. Na vier jaar onderhandelen kwam het Verdrag van Lissabon: de Grondwet in een ander jasje. Op Ierland na, dat wettelijk verplicht is de tekst voor te leggen, durfde geen van de lidstaten het aan opnieuw een referendum te organiseren. Zo bezien heeft het Spaanse referendum de toon gezet, zij het een andere dan verwacht.