Gepubliceerd op 29 april 2010, 05:26:00, bijgewerkt op 29 april 2010, 05:26:00
Recensie door Anet Bleich, Gepubliceerd op 01-05-2010 -
Hans Teengs Gerritsen (1907-1990) is een intrigerende figuur. Hij was afkomstig uit een goed burgerlijk milieu en een verwoed hockeyer.
Hij raakte betrokken bij het verzet en spioneerde voor de geallieerden. Hij werd gepakt en kwam – evenals Pim Boellaard – als Nacht und Nebel-gevangene terecht in het concentratiekamp Natzweiler en later in Dachau. Kort na de oorlog kwam hij in contact met prins Bernhard en trad dankzij diens connecties in dienst van de vliegtuigbouwers Northrop en Lockheed. Ook werkte hij voor de Zwitserse wapenfabrikant Oerlikon-Contraves. En tezelfdertijd speelde hij een sleutelrol binnen de voormalige illegaliteit. Verzetsman, oorlogsslachtoffer, betrokken bij corruptie-affaires, vriend van de Prins en van het communistische Kamerlid Joop Wolff, op wie hij, naar ‘als enige in Wassenaar’ placht te stemmen.
Als over zo iemand geen boeiende biografie valt te schrijven, over wie dan nog wel? En toch is Arno Bornebroek, gepromoveerd op de biografie van minister-president Heemskerk, er niet in geslaagd. De oorlog zit me op de hielen is een keurig feitenrelaas, maar geeft geen inzicht in vragen als: wat voor man was deze Hans Teengs Gerritsen? Hoe kan iemand zoveel tegenstrijdigheden in zich verenigen? Het beeld blijft vlak.