Hans Wansink
Gepubliceerd op 22 juni 2010, 08:41:00, bijgewerkt op 22 juni 2010, 09:58:00
AMSTERDAM - Elke week op VKGeschiedenis: een column over het actuele verleden. Vandaag: Hans Wansink over de kabinetsformatie van 1939.
Op 27 juli 1939 diende Leon Deckers, fractievoorzitter van de Rooms-Katholieke Staatspartij, de volgende motie in:
‘De Kamer,
Overwegende, dat de Kabinetsformatie niet heeft geleid tot het optreden van een Kabinet, dat de nodige waarborgen biedt voor een deugdelijke behartiging van ’s lands belang in gemeen overleg met de Staten-Generaal,
Keurt het optreden van dit Kabinet af en gaat over tot de orde van de dag.’
Zo stuurde Deckers het vijfde kabinet-Colijn al bij de eerste ontmoeting met de Kamer naar huis. Deckers wenste zich niet neer te leggen bij het feit dat formateur Colijn zijn kabinet, zonder overleg te plegen met fractievoorzitters in de Kamer, had samengesteld. Het initiatief daartoe was uitgegaan van koningin Wilhelmina, die daartoe een geheime conferentie had belegd met prominente adviseurs. Wilhelmina meende dat een slepende kabinetsformatie in verband met de oorlogsdreiging onverantwoord was.
Brede coalitie
Colijn meende dat hij niet kon weigeren aan de wens van de koningin tegemoet te komen. De katholieken onder leiding van Deckers en de vrijzinnig-democraten onder leiding van Oud weigerden echter mee te doen: zij wilden juist een zo breed mogelijke coalitie. Colijn formeerde daarop een kabinet van anti-revolutionairen, christelijk-historischen, liberalen en partijlozen. Hij presenteerde zijn minderheidskabinet als ‘programkabinet’, met veel aandacht voor werkloosheidsbestrijding.
Met steun van de katholieken en de sociaal-democraten, die de meerderheid hadden, werd de motie-Deckers met 55 tegen 27 stemmen aangenomen.
Telefoonboek
Ed van Thijn wijst er in zijn nieuwe boek De Formatie op dat sinds de motie-Deckers elke opdracht aan een (in-)formateur de passage bevat, dat onderzocht moet worden of het nieuwe kabinet kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Kamer. Om een afgang à la Colijn te voorkomen, wordt dit vertaald als: het kabinet moet worden gesteund door een meerderheid in de Kamer. Met andere woorden: fracties die samen een meerderheid vormen, moeten zich committeren.
Om nog meer zekerheid te verkrijgen worden er eindeloze onderhandelingen gevoerd over een regeerakkoord dat de dikte van een telefoonboek heeft. Het resultaat is een verkrampt monisme: de regeringspartijen lopen slaafs achter ‘hun’ ministersploeg aan en van een serieuze gedachtenwisseling tussen regering en parlement is geen sprake meer.
Zo zijn we van het ene uiterste, het wel zeer smalle programkabinet Colijn V, in het andere uiterste beland: bloedeloze coalitie-afspraken tot twee cijfers achter de komma, met goedkeuring van het Centraal Planbureau. Van Thijn concludeert dat ‘we nu zover zijn afgegleden dat er geen normaal parlementair of extraparlementair meerderheidskabinet is te formeren’.
Crisissituatie
Daar ziet het inderdaad wel naar uit. De versplintering is na de verkiezingen van 9 juni dermate groot, dat het onmogelijk lijkt een solide coalitie met een samenhangend programma te smeden. Een ellenlange formatie met een waterig resultaat zit er dik in. Terwijl - wellicht iets minder dan in 1939, maar toch – de precaire crisissituatie in de wereld vraagt om een snelle formatie en een slagvaardig kabinet.
Laten we daarom het dogma van Deckers terzijde schuiven. Van Thijn wijst erop dat de Noren en de Denen uitstekende ervaringen hebben met minderheidsregeringen. In samenspraak met wisselende meerderheden in het parlement kan een programkabinet-Rutte de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën combineren met de broodnodige hervorming van het staatsbestel en met het bouwen aan een duurzame kenniseconomie.
Zo’n extraparlementair minderheidskabinet zal een machtige Staten-Generaal Kamer dwingen tot een volwassen debat en een constructieve opstelling, waarbij niet het partijbelang, maar het landsbelang voorop staat. Kortom: een niet te missen kans voor revitalisering van het politieke leven in Nederland.
Hans Wansink is redacteur van de Volkskrant