Van onze verslaggeefster Anneke Stoffelen
Gepubliceerd op 8 maart 2010, 08:59:00, bijgewerkt op 8 maart 2010, 09:10:00
BOVENKARSPEL - Vandaag is het de 100ste Internationale Vrouwendag. Drie generaties aan het woord over een eeuw emancipatie.
Als een van de weinige vrouwen in het gewapend verzet tegen de nazi’s is Truus Menger-Oversteegen (86) een inspiratiebron voor feministen. Ze was pas 17, maar schrok er niet voor terug om met zusje Freddy en beroemd vriendin Hannie Schaft joodse kinderen naar onderduikadressen te vervoeren, spoorlijnen op te blazen en zo nodig verraders te liquideren. Dochter Katinka Kenter (47) erfde haar maatschappelijke betrokkenheid en werkte onder meer met allochtone vrouwen, die zij vanuit het buurthuis bijvoorbeeld fietsles gaf. Kleindochter Marije Kenter (20), studente interieurontwerp, bestrijdt onrechtvaardigheid vooral in haar eigen omgeving. Op de 100ste Internationale Vrouwendag een gesprek met drie generaties over een eeuw emancipatie.
Crisisjaren
‘Daar liep ik, een jaar of 7, aan de hand van mijn moeder. Om me heen alleen maar vrouwen in het wit. Ze demonstreerden voor betere rechten voor de vrouwen in de fabriek. En tegen het oprukkende militarisme. Langs de kant stonden mannen te schreeuwen: ‘Ga toch terug naar je strijkplank!’
De moeder van Truus Menger was een bijzonderheid in de jaren dertig: ze was gescheiden en voedde in haar eentje drie kinderen op. Menger: ‘Daar werd toen een beetje raar tegenaan gekeken.’ Als overtuigd communiste streed ze ook voor de verbetering van de positie van vrouwen uit de arbeidersklasse. ‘Dat was vooral een strijd tegen armoede. Een probleem was bijvoorbeeld dat het geld van de steun automatisch naar de man ging, die alles verzoop in de bar. Moeders konden daardoor hun kinderen geen eten geven.’
Vrouwen in verzet
De zusjes Oversteegen staan in Haarlem bekend als pittig. Ze brengen met hun moeder verzetskrantjes rond. Freddy is 15 en Truus 17 als er een heftiger verzoek komt: of zij zich willen voegen bij het gewapend verzet. Ze moeten dan wellicht ook nazi’s neerschieten. Truus kan er nu om lachen: ‘Toen zei mijn zusje met trillende stem: Maar dat heb ik nog nooit gedaan.’ De verzetsbeweging kan de jonge dappere meiden goed gebruiken. ‘Nederland was een calvinistisch land en vrouwen hoorden thuis. Niemand verwachtte dat meisjes zich hiervoor leenden. Mijn zusje met haar vlechten kon zo door voor 12 jaar. Die werd echt niet gefouilleerd en kon dus makkelijk wapens vervoeren.’ De zusjes helpen joden te vervoeren naar onderduikadressen, verspreiden illegale kranten en brengen ook enkele verraders om het leven. Kleindochter Marije bewondert de moed van haar oma: ‘Ze was toen zó sterk. Ik weet niet of ik gedurfd zou hebben wat zij deed.’
Dolle Mina’s
Katinka Kenter is de jongste van vier kinderen die Truus en Piet Menger na de oorlog op de wereld zetten. ‘Er was bij ons thuis een omgekeerd rollenpatroon. Mijn vader was al vrij jong arbeidsongeschikt. Terwijl mijn moeder voor haar kunst en haar lezingen veel naar het buitenland reisde, zat hij na school met een kopje thee op ons te wachten.’ Als Katinka naar de middelbare school gaat is het de tijd van de Dolle Mina’s. ‘Met een vriendin vroeg ik bij de directeur vrij van school om naar een grote demonstratie in Amsterdam te gaan. Zijn dochter werkte bij Opzij, dus het mocht.’ Kleine acties van verzet volgen op school: toneelstukjes met breinaalden over ‘het baas in eigen buik’-ideaal. ‘Onze leraar Nederlands konden we lekker stangen door Anja Meulenbelt voor onze lijst te lezen. Dat is toch geen literatuur, brieste hij dan.’
2010
Marije Kenter houdt zich niet heel erg bezig met politiek. ‘Ik heb het druk, zit acht uur per dag op school, en vier uur in de trein. Dan wil je ’s avonds soms gewoon een soapserie kijken.’ Toch herkennen haar oma en moeder zichzelf wel in Marije. ‘Ze is heel direct’, aldus moeder Katinka. Haar dochter: ‘En ik kan niet tegen onrechtvaardigheid, dat heb ik wel van hen. Wordt er in de klas gepest, dan kom ik voor diegene op.’
Als ze zichzelf vergelijkt met haar dochter, vindt Katinka dat er voor meisjes nu veel is verbeterd. ‘Je hoeft niet meer te trouwen binnen je eigen groep. De pil veranderde veel. Jonge meiden mogen experimenteren. Dat is goed, daardoor leer je jezelf beter kennen.’ Toch is Internationale Vrouwendag nog lang niet overbodig, vinden de drie. Katinka: ‘In het blijf-van-mijn-lijfhuis dat in onze straat was gevestigd, is zes jaar geleden nog een vrouw vermoord uit eerwraak. De strijd is dus nog niet gestreden.’