Arie Elshout
Gepubliceerd op 4 maart 2010, 01:20:00, bijgewerkt op 4 maart 2010, 08:05:00
Journalisten zijn de frontsoldaten van de waarheidsvinding. Bij grote overrompelende gebeurtenissen zijn zij de eersten die greep proberen te krijgen op de chaotische werkelijkheid. De aanslagen van 11 september waren door iedereen op televisie te volgen, maar er waren journalisten nodig om orde te scheppen in de chaos. Dat doen zij niet in hun eentje, ze maken gebruiken van de kennis van anderen, maar zij zetten wel de toon en bepalen het beeld.
Toch is hun werk , doordat ze dicht op de gebeurtenis zitten en dus overzicht missen, slechts een eerste verkenning. Nuttig maar gebrekkig. Ook op sluipende, langer lopende onderhuidse processen hebben ze niet altijd goed zicht. Dus toen ik pas het werk van mediaredacties moest omschrijven, koos ik intuïtief voor een zeer omzichtige formulering: we proberen iets te vinden wat op dat moment enigszins op de waarheid lijkt, schreef ik.
Kan het voorzichtiger? Nauwelijks, maar we moeten eerlijk zijn. Want ondanks alle goede bedoelingen is de krant - en hier citeer ik de Amerikaanse journalist David Broder - een ‘haastig, onvolledig en onvermijdelijk een wat gemankeerd en onnauwkeurig verslag van de dingen die we de laatste 24 uur hebben gehoord.’
Goochelaar
Uiteindelijk is er afstand in tijd nodig om de dingen in het juiste perspectief te zien. En dan blijkt de geschiedenis ons enorm te kunnen verrassen. Als een goochelaar die in een onnavolgbare beweging een duif uit de binnenzak van een stomverbaasde toeschouwer tovert.
Voor een voorbeeld moeten we terug naar de Koude Oorlog, toen het Europese continent nog niet de vredeszone was van nu, maar de in potentie gevaarlijkste regio ter wereld. In een poging de spanningen te beteugelen werden in 1975 de Helsinki-akkoorden gesloten tussen het Westen en het Oostblok. Ze bevatten afspraken over veiligheid en samenwerking in Europa.
In de westerse media werd geschreven dat deze akkoorden een succes voor de Sovjet-Unie waren, omdat de bestaande grenzen werden aanvaard en daarmee de overheersing door Moskou van de Midden- en Oost-Europese landen. Veel minder aandacht was er voor de paragrafen over de mensenrechten.
Wat bleek na verloop van tijd? In het Oostblok stonden plotsklaps dissidenten op die de bepalingen over de mensenrechten aangrepen als middel om druk uit te oefenen op het Sovjet-regime en zijn satelliet-regeringen in de andere Warschaupact-staten. Met de Helsinki-akkoorden in de hand eisten de dissidenten meer vrijheid en een verbetering van de leefomstandigheden voor de bevolking. De communistische regimes probeerden de beweging eronder te houden, maar daarmee ondermijnden ze hun geloofwaardigheid en legitimiteit, want wat er werd gevraagd was niets meer dan de naleving van door hen zelf ondertekende verdragsteksten. Er zijn historici die beweren dat hiermee het uithollingsproces begon dat in 1989 het Sovjet-rijk ineen deed storten.
Het leuke is nu: niemand had dat in 1975 voorzien. Geen politicus, geen journalist, geen G.B.J. Hiltermann, geen Neuman. Geen van allen hadden ze ook maar enig vermoeden gehad van het latere wereldhistorische effect van de Helsinki-akkoorden. Zo kun je dus met je neus boven op de geschiedenis zitten en haar niet zien.
Achteraf kunnen we daar smalend over doen, maar dat is die vermaledijde ‘kennis van nu’, de populairste want gemakkelijkste en goedkoopste vorm van kennis.
Islamisering
Veel lastiger is het beantwoorden van de vraag of er nu in deze tijd ook wellicht dingen zijn die we in de waan van de dag over het hoofd zien maar straks het begin van een grote verandering blijken te zijn geweest. Altijd leuk daarover te speculeren.
Bijvoorbeeld: veel aandacht gaat er tegenwoordig uit naar de angst voor de islamisering van Europa. Die angst wordt sinds 11 september 2001 aangewakkerd door terreurdaden van moslim-terroristen. In de berichtgeving fungeert het Westen als de aangevallen partij, die met wisselend succes en behept met een flinke dosis twijfel en zelfkritiek probeert terug te slaan tegen een ongrijpbare vijand.
Toch kan later blijken dat het andersom was: dat ondanks de terreuracties de radicale islam een hopeloos achterhoedegevecht voerde en dat deze beweging meer reden had om bang te zijn voor het Westen en de aantrekkingskracht van zijn mensenrechten dan dat Europa bang zou moeten zijn voor haar. Met andere woorden: de winnaar van nu hoeft niet de winnaar van morgen te zijn. Eigenlijk zo’n beetje zoals het ging na 1975.
Arie Elshout is redacteur van de Volkskrant
Elshout KAN gelijk hebben met zijn veronderstelling dat het allemaal wel meevalt met de Islam, maar het is een volkomen speculatieve veronderstelling. Het kan even goed tegenvallen. Zo meenden de Amerikanen in de jaren 80 de Taliban te moeten steunen tegen de Sovjet-bezettingstroepen in Afghanistan. Geen mens kon toen voorzien dat deze lieden de eer zouden opeisen voor het ten val brengen van het communisme en zich vervolgens tegen hun voormalige beschermheren en het hele ongelovige Westen zouden keren. Zo is het ook nogal tegengevallen met de multiculturele samenleving. Lange tijd is, vooral in vooruitstrevende kringen, verondersteld dat er hooguit sociaal-economische achterstanden moesten worden weggewerkt. Godsdienst en cultuur speelden in die visie een marginale rol. Iemand als socioloog Bram de Swaan, toch geen rabiaat rechtse demagoog, heeft echter al in 1985 voorzien*) dat de gelovigen die overtuigd zijn van hun eigen enige ware geloof en tegelijk gretig gebruikmaken van de gelijkwaardigheid van alle godsdiensten voor de wet, zich in een parodoxale situatie bevinden die nog veel misverstand zou veroorzaken. Sommige moeiljkheden zijn dus blijkbaar wel voorzien. Laten we de hoop uitspreken dat slechts een kleine minderheid zich tot Hofstad-achtige activiteiten laat verleiden. Zelfs als hun strijd tot mislukken gedoemd is, kan zo’n kleine minderheid nog lange tijd grote problemen veroorzaken. En nu heb ik het nog niet eens gehad over een los van de Islam bestaande schaamtecultuur, die binnen een Westerse schuldcultuur ook voor de nodige misverstanden, irritaties en conflicten kan zorgen.
Bert Smilde, Den Haag.
*) Later gebundeld in ‘Het lied van de kosmopoliet’